ECLI:NL:CRVB:2018:3530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen vanaf 2005 bijstand op grond van de WWB, welke in 2014 werd beëindigd vanwege remigratie naar Turkije. Het bestuur startte een onderzoek naar het vermogen van appellanten na melding van hun vertrek en vond dat zij niet hadden gemeld dat zij sinds 2005 bouwgrond in Turkije bezaten met een waarde boven de vermogensgrens.
Het bestuur trok de bijstand over de periode 2012-2014 in en vorderde de kosten terug. Appellanten stelden dat de onderzoeksgegevens onrechtmatig waren verkregen, onder meer vanwege strijd met het subsidiariteitsbeginsel en Turkse wetgeving.
De Raad oordeelde dat het bestuur gerechtvaardigd was het onderzoek via het IBF te laten uitvoeren, dat geen minder belastend middel beschikbaar was, en dat het bewijs niet onrechtmatig was verkregen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 november 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.