Uitspraak
15.8054 WWB, 16/5642 PW
mr. Küçükünal verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen een AIO-aanvulling, maar meldden niet volledig hun bezit van onroerend goed in Turkije, waaronder een woning, werkplaatsen en landbouwgrond. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontdekte dit via onderzoek en trok de AIO-aanvulling terug over de periode januari 2011 tot april 2014, met terugvordering van €11.655,40. Tevens werd een boete van €1.180 opgelegd wegens het niet tijdig melden van het buitenlandse vermogen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij niet bewust de inlichtingenplicht hadden geschonden en dat de formulieren onduidelijk waren. De Raad oordeelde dat appellanten objectief verantwoordelijk waren voor de juiste informatieverstrekking en dat het bezit van de onroerende zaken duidelijk van invloed was op het recht op bijstand.
Het onderzoek in Turkije bevestigde het bezit van meerdere onroerende zaken, die een aanzienlijk vermogen vertegenwoordigen. De Raad verwierp het verweer dat het huisbezoek onrechtmatig was en vond de boete terecht opgelegd, omdat verwijtbaarheid vaststond. Ook het beroep op verminderde draagkracht en evenredigheid faalde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de bestreden uitspraken van de rechtbank, inclusief de intrekking van de AIO-aanvulling, de terugvordering en de boete. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling en de opgelegde boete wegens het niet melden van onroerend goed in Turkije.