ECLI:NL:CRVB:2018:3544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor andere functies
Appellant was laatstelijk werkzaam als meewerkend voorman en meldde zich ziek met klachten van een carpaal tunnel syndroom en diverse andere lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant per 17 maart 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Na bezwaar en beroep verklaarden rechtbank en Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV terecht.
De verzekeringsarts oordeelde dat appellant geschikt was voor de functie van wikkelaar en andere functies binnen de EZWb, die mentaal licht belastend zijn en niet hand-belastend. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen onderschat waren en dat hij niet voltijds kon werken, maar kon dit niet met medische gegevens onderbouwen.
De Raad concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen medische gronden waren om de belastbaarheid van appellant voor de geselecteerde functies te betwijfelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor andere functies.