ECLI:NL:CRVB:2018:3554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, die zich wegens psychische klachten ziek meldde, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellante maakte bezwaar en kreeg een herbeoordeling, waarbij aanvullende beperkingen werden erkend maar de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de vastgestelde beperkingen en passende functies juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat een nieuw medisch onderzoek noodzakelijk was vanwege een intensief behandelplan.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad vond het onderzoek zorgvuldig, de vastgestelde beperkingen juist en de passende functies adequaat. Nieuwe medische gegevens gaven geen aanleiding tot aanpassing van de beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.