ECLI:NL:CRVB:2018:3581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs van levensonderhoud
In deze zaak heeft het bestuur de bijstand van appellant beëindigd nadat in zijn woning een hennepkwekerij was aangetroffen. Appellant vroeg later opnieuw bijstand aan, maar kon niet aantonen waarvan hij vanaf 1 januari 2015 heeft geleefd.
Het bestuur verzocht appellant om bewijsstukken of een verklaring, maar appellant leverde deze niet aan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn inkomsten uit muzikale activiteiten, reizen en de hennepkwekerij.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen inkomsten had en verwees naar verklaringen van derden die hem financiële hulp boden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze verklaringen niet verifieerbaar waren en dat bankafschriften geen uitgaven voor levensonderhoud lieten zien.
Daarmee kon niet worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees de bijstandsaanvraag af. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van levensonderhoud.