Uitspraak
16.2519 WAJONG
18 maart 2016, 15/2929 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft in 2010 een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV is afgewezen. In 2015 diende appellant een nieuwe aanvraag in met het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat appellant geen nieuwe feiten had gesteld die de eerdere beoordeling konden wijzigen. In hoger beroep voerde appellant aan dat onduidelijk was wie de rechterlijke instanties waren, maar dit werd niet als voldoende grond gezien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het besluit van het UWV zorgvuldig en deugdelijk was gemotiveerd. Er was geen sprake van evident onredelijkheid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herziening gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen op het eerdere Wajong-besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.