ECLI:NL:CRVB:2018:3614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding na correcte kennisgeving
Appellante maakte bezwaar tegen een terugvorderingsbesluit van 10 augustus 2009, dat zij niet tijdig had aangevochten wegens onjuiste kennisgeving op haar huisadres in plaats van haar detentieadres. Het college erkende dat post betreffende huurbetalingen wel naar het detentieadres werd gestuurd, maar niet het terugvorderingsbesluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de termijn voor bezwaar niet op de dag na het besluit van 10 augustus 2009 was aangevangen vanwege de onjuiste kennisgeving. Echter, het college had appellante op 17 maart 2017 alsnog correct geïnformeerd, waardoor de bezwaartermijn vanaf 18 maart 2017 liep.
Appellante diende haar bezwaar pas op 4 juni 2017 in, na het verstrijken van de zes weken termijn. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het hoger beroep is ongegrond verklaard.