Uitspraak
17.5959 PW-PV
BESLISSING
,gedurende drie maanden, noodzakelijk geacht.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had aanvankelijk bijzondere bijstand ontvangen voor zwemkosten op basis van een medisch advies van een gemeente-arts voor een periode van drie maanden. Na afloop van deze periode vroeg appellant opnieuw bijzondere bijstand aan met een verklaring van zijn huisarts. Het college wees deze aanvraag af zonder een nieuw medisch advies in te winnen, en de rechtbank handhaafde dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht geen nieuw medisch advies heeft gevraagd, omdat de verklaring van de huisarts niet aangaf dat zwemmen medisch noodzakelijk was of dat reguliere behandelingen niet mogelijk waren. De gemeente-arts had eerder geadviseerd reguliere behandelingen zoals pijnmedicatie en fysiotherapie te proberen, wat appellant weigerde.
Daarnaast concludeerde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zwemmen een noodzakelijke behandeling is. Zijn voorkeur voor zwemmen boven fysiotherapie en bezwaren tegen medicatie zijn onvoldoende om bijzondere bijstand toe te kennen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor zwemkosten wordt bevestigd omdat zwemmen niet medisch noodzakelijk is.