Uitspraak
16.6461 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf juli 2008 een AOW-pensioen met een korting van 22% vanwege elf niet-verzekerde jaren. Na overlegging van bewijsstukken over een periode van dienstverband tussen 22 oktober 1981 en 3 november 1982, stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen bij tot een korting van 20%, ingaand per oktober 2014. Appellant verzocht om terugwerkende kracht vanaf juli 2008, maar dit werd afgewezen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat de onjuistheid van het oorspronkelijke besluit niet door een fout van de Svb was veroorzaakt. De Svb had appellant destijds verzocht bewijsstukken aan te leveren, maar appellant had hiervan geen gebruik gemaakt. Bovendien had appellant zijn terugkeer uit Marokko niet tijdig gemeld.
In hoger beroep stelde appellant dat de Svb onvoldoende onderzoek had gedaan en dat hij het oorspronkelijke besluit niet had ontvangen. De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening terecht werd beoordeeld volgens beleidsregel SB1076, waarbij terugwerkende kracht beperkt is tenzij sprake is van een fout van de Svb. Omdat appellant niet alle relevante bewijsstukken had overgelegd terwijl hij daartoe redelijkerwijs in staat was, was er geen sprake van een fout van de Svb.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn oordeelde de Raad dat de totale procedure minder dan vier jaar had geduurd, waardoor geen sprake was van overschrijding. Het verzoek om schadevergoeding werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt de korting van 20% op het AOW-pensioen vanaf oktober 2014 en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.