Uitspraak
17.1017 WIA
23 december 2016, 16/1927 (aangevallen uitspraak)
mr. L.J.M.M. de Poel.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L. Boersma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2018.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als loodsbaas, meldde zich in 2009 ziek met knieklachten en vroeg in 2010 een WIA-uitkering aan. Destijds werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op WIA-uitkering. In 2015 meldde appellant verslechtering van zijn gezondheid met nieuwe klachten zoals hartproblemen en diabetes mellitus, waarna hij een herkeuring vroeg.
Na medisch onderzoek concludeerden verzekeringsartsen dat er geen toename van beperkingen was vanuit dezelfde ziekteoorzaak als in 2010. Hoewel appellant meerdere knieoperaties had ondergaan, wezen medische rapporten uit dat zijn beperkingen niet waren toegenomen. De rechtbank oordeelde dat het Uwv terecht geen recht op WIA-uitkering toekende en appellant per 24 september 2015 arbeidsgeschikt verklaarde voor ten minste één van de in 2010 geselecteerde functies.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat een deskundige had moeten worden ingeschakeld, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was tot het inschakelen van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op WIA-uitkering en is per 24 september 2015 arbeidsgeschikt verklaard.