ECLI:NL:CRVB:2018:3673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam als pompbediende, meldde zich in 2011 ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na een herbeoordeling beëindigde het UWV in 2015 de WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van medische rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij de geselecteerde functies niet kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen overtuigend had gemotiveerd. Ook de aanvullende medische informatie van appellante gaf geen aanleiding tot twijfel aan de medische grondslag. De Raad bevestigde dat appellante geschikt is voor de voorbeeldfuncties en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek.