ECLI:NL:CRVB:2018:3703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten hebben op 1 februari 2016 bijstand aangevraagd, maar deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig verstrekken van noodzakelijke gegevens. Op 11 april 2016 werd een nieuwe aanvraag ingediend met als ingangsdatum 11 april 2016, maar appellanten wilden de bijstand laten ingaan vanaf 31 maart 2016. Het college verleende bijstand met ingang van die datum.
Appellanten maakten bezwaar tegen de ingangsdatum en wilden de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2016 ontvangen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de melding om bijstand te vragen bepalend is voor de ingangsdatum, tenzij bijzondere omstandigheden anders rechtvaardigen. De eerdere melding bij het UWV Werkbedrijf op 1 februari 2016 werd niet als bijzondere omstandigheid gezien omdat die aanvraag buiten behandeling was gesteld. Het hoger beroep slaagde daarom niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2016 toegekend.