Uitspraak
17.1007 PW-PV
BESLISSING
15 oktober 2013 met [centrum] een overeenkomst van zorg en dienstverlening (zorgovereenkomst) gesloten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1992, woonde in een woon- en zorgcentrum en ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag de bijstand naar de norm voor een alleenstaande die in een inrichting verblijft en vorderde teveel ontvangen bijstand terug.
Appellant voerde aan dat het woon- en zorgcentrum geen inrichting was zoals bedoeld in de Participatiewet, mede omdat hij niet van alle voorzieningen gebruikmaakte en omdat het centrum zich richt op ouderen, terwijl hij verstandelijk beperkt is en ambulante begeleiding ontvangt. De Raad oordeelde dat het centrum wel degelijk een inrichting is, gelet op de zorgovereenkomst en het feit dat het centrum intramuraal wonen, maaltijdvoorziening, schoonmaak, wasvoorzieningen en begeleiding biedt.
Daarnaast stelde appellant dat de bijstand had moeten worden afgestemd op zijn problematische financiële situatie, maar hij maakte dit niet aannemelijk. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waardoor de herziening en terugvordering in stand blijven.
Uitkomst: De herziening van de bijstand en de terugvordering blijven in stand omdat het verblijf van appellant kwalificeert als verblijf in een inrichting.