ECLI:NL:CRVB:2018:3714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor schulden wegens kosten rechtsbijstand
Appellant verzocht bij het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort om bijzondere bijstand voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand, griffierecht en dagvaardingskosten. Deze aanvragen werden afgewezen omdat zij niet tijdig waren ingediend en omdat bijstand voor schulden niet mogelijk is op grond van de Participatiewet.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond met als grondslag dat het verzoek om bijzondere bijstand betrekking had op schulden, waarvoor geen bijstand kan worden verleend. De rechtbank bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat geen sprake was van schulden omdat hij uitstel van betaling had gekregen, en dat het besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 IVBPR Pro vanwege een wijziging van de afwijzingsgrond. De Raad verwierp deze gronden, verwijzend naar vaste rechtspraak dat kosten die al in rekening zijn gebracht als schulden gelden, ook bij uitstel van betaling, en dat de afwijzingsgrond niet is gewijzigd maar beperkt tot het verbod op bijstand voor schulden.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijzondere bijstand voor schulden bevestigd.