ECLI:NL:CRVB:2012:BX4351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schulden op grond van Wet werk en bijstand
Appellant, een Wajong-uitkeringsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor diverse kosten en schulden uit 2007 tot 2009. Het college wees de aanvragen grotendeels af, met uitzondering van een gedeeltelijke toekenning voor een eigen bijdrage juridische bijstand onder een beleidsmatige ondergrens van €50.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de aangevraagde kosten als schulden moesten worden aangemerkt, waarvoor bijzondere bijstand op grond van artikel 13 lid 1 sub f WWB Pro in beginsel niet wordt verleend als de betrokkene over middelen beschikt om in noodzakelijke kosten te voorzien.
Hoewel beslag op de uitkering was gelegd, bleef appellant beschermd door de beslagvrije voet. Er was geen bewijs van een afgewezen aanvraag voor een schuldsaneringskrediet of van zeer dringende redenen die bijzondere bijstand zouden rechtvaardigen. Het college handelde conform het beleid, dat een ondergrens van €50 hanteert bij eigen bijdragen, en de Raad vond dit niet kennelijk onredelijk.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor schulden wegens het ontbreken van bevoegdheid en dringende redenen.