ECLI:NL:CRVB:2018:3732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een motiveringsgebrek bij de arbeidskundige beoordeling, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn zwakbegaafdheid een urenbeperking rechtvaardigde. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen overtuigend had gemotiveerd. De standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid bood geen grond voor een preventieve urenbeperking.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had in een aanvullend rapport functies geselecteerd die medisch geschikt waren voor appellant. De Raad bevestigde dat appellant ondanks signaleringen in staat was deze werkzaamheden te verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat geen recht op WIA-uitkering bestaat wordt bevestigd.