ECLI:NL:CRVB:2018:3752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke verblijfplaats appellant
Appellant vroeg op 9 november 2015 bijstand aan en gaf als woonadres het adres van zijn ouders op. Tijdens het aanvraagproces gaf hij echter tegenstrijdige verklaringen over zijn verblijfplaats, waaronder het ontbreken van een vaste slaapplek en het slapen bij zijn broer of een vriend.
Het bestuur wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete informatie had verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats en dat het enkel ingeschreven staan op het adres van zijn ouders niet volstond om het hoofdverblijf vast te stellen. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke en eenduidige woon- en verblijfplaats bij het vaststellen van het recht op bijstand volgens de Participatiewet.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke verblijfplaats van appellant.