ECLI:NL:CRVB:2018:3758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante was werkzaam als objectleidster schoonmaak en meldde zich ziek met lichamelijke en vermoeidheidsklachten. Na onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en geen aanwijzingen werden gevonden voor onderschatting van beperkingen of ongeschiktheid van de geduide functies.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat, met verwijzing naar de ziekte van Hashimoto en fibromyalgie, en een brief van haar huisarts. De Raad oordeelde echter dat het UWV uitgebreid onderzoek had verricht, inclusief expertiseonderzoeken, en dat de medische rapportages voldoende gemotiveerd waren. De enkele stelling van de huisarts was onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
Ook het bezwaar tegen de berekening van het maatmaninkomen werd verworpen vanwege gebrek aan onderbouwing. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.