ECLI:NL:CRVB:2018:3762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping loonsanctie wegens voldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Werknemer viel in november 2011 uit wegens fysieke en psychische klachten. Het UWV legde in augustus 2013 een loonsanctie op aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De werkgever verzocht in juni 2014 om bekorting van deze sanctie, onderbouwd met stukken waaruit blijkt dat het tweede spoor niet mogelijk was en dat re-integratie-inspanningen werden verricht.
Het UWV wees het verzoek af wegens vermeend ontbreken van informatie. De werkgever maakte bezwaar, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde het oordeel van een onafhankelijke deskundige dat er benutbare mogelijkheden waren voor re-integratie.
In hoger beroep stelde de werkgever dat het onderzoek onvolledig was en dat zij alle redelijke inspanningen had verricht. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte niet had meegewogen dat de werkgever na oplegging van de loonsanctie wel degelijk re-integratie-inspanningen had verricht, en dat er geen verdere mogelijkheden waren om tot succesvolle re-integratie te komen.
De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat de loonsanctie eindigt op 4 augustus 2014, negen weken na het bekortingsverzoek. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: De loonsanctie wordt herroepen en eindigt op 4 augustus 2014 wegens voldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever.