ECLI:NL:CRVB:2018:3774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening zonder belangenafweging
Appellant ontving van maart 2015 tot april 2016 een Ziektewetuitkering en vroeg in maart 2016 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af vanwege een mogelijke WW-uitkering. Na afwijzing van de WW-aanvraag verleende het college bijstand vanaf april 2016, vastgesteld volgens de kostendelersnorm.
Appellant stelde dat het besluit niet zorgvuldig was genomen, onvoldoende was gemotiveerd en dat de kostendelersnorm ten onrechte was toegepast zonder redelijke belangenafweging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de kostendelersnorm terecht werd toegepast omdat appellant de woning met vier anderen deelde en artikel 22a PW geen ruimte laat voor belangenafweging.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren zonder nieuwe onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep vond de motivering van de rechtbank voldoende en verwierp het hoger beroep. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toepassing van de kostendelersnorm bevestigd.