ECLI:NL:CRVB:2018:3776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens toegenomen beperkingen uit andere ziekteoorzaak
Appellant, voormalig servicemonteur, vroeg om een WIA-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds 2015. Het UWV stelde echter vast dat de toegenomen beperkingen niet voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak als bij de oorspronkelijke beoordeling in 2010, maar uit een andere oorzaak. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees een verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat diverse klachten, waaronder psychische problematiek, reeds bij de eerdere beoordeling bekend waren en dat deze de daadwerkelijke ziekteoorzaak vormden. Het UWV bestreed dit en stelde dat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde oorzaak voortvloeiden.
De Raad oordeelde dat het UWV de bewijslast had voldaan door overtuigend aan te tonen dat de toegenomen beperkingen uit een andere ziekteoorzaak voortkomen dan die bij de wachttijdbeoordeling in 2010. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat het beroep ongegrond was.
De Raad concludeerde dat er geen toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak zijn en dat appellant geen WIA-uitkering kan ontvangen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 28 november 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.