ECLI:NL:CRVB:2018:3781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-gemeld inkomen uit kasstortingen
Appellante ontving bijstand die door het college van burgemeester en wethouders van Soest werd ingetrokken vanwege niet-gemeld inkomen in de vorm van contante bedragen van familieleden. Het college stelde dat deze kasstortingen en ontvangen bedragen als inkomen moesten worden beschouwd, wat leidde tot herziening van de bijstand over meerdere maanden en een terugvordering van €8.871,53.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij een auto had gekregen in plaats van contant geld en dat de kasstortingen terecht als middelen werden aangemerkt, ook al betrof het leningen of bedragen voor aflossing van schulden. Appellante voerde in hoger beroep dezelfde argumenten aan, maar de Raad vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarbij geen proceskosten werden toegewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en herziening van de bijstand wegens terecht aangemeld inkomen uit kasstortingen.