Uitspraak
17.2355 PW, 18/4230 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante werd in januari 2016 aangemeld voor een re-integratietraject en ondertekende een startcontract met de verplichting om bij verhindering vóór 09.00 uur telefonisch af te melden. Bij een onherroepelijk besluit werd haar bijstand met 100% verlaagd vanwege het niet verschijnen op afspraken zonder geldige afmelding.
Na bezwaar handhaafde het dagelijks bestuur de maatregel met ingang van 1 juli 2016 voor twee maanden, wegens verwijtbaar gedrag op 20 mei 2016. De Raad oordeelde dat het bestuur de maatregel niet voldoende had afgestemd op de bijzondere omstandigheden van appellante, zoals haar financiële situatie en beschermingsbewind, en vernietigde het besluit.
Het bestuur matigde daarop de maatregel tot een verlaging van 25% voor twee maanden. Appellante betwistte dit, stellende dat de maatregel geheel had moeten vervallen vanwege haar slechte financiële positie en eigen initiatieven om inkomsten te verwerven.
De Raad oordeelde dat het bestuur binnen redelijke grenzen is gebleven, rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden en dat appellante zich niet aan haar verplichtingen had onttrokken. Het beroep tegen het matigingsbesluit werd ongegrond verklaard. Het bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsmaatregel is vernietigd en gematigd tot een verlaging van 25% gedurende twee maanden, met vergoeding van proceskosten aan appellante.