Uitspraak
16.6277 WAO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds 12 februari 2001 arbeidsongeschikt is als kok, verzocht in mei 2012 om herziening van een eerder UWV-besluit dat zijn WAO-uitkering afwees wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en wees het verzoek af. Appellant stelde in hoger beroep dat medische stukken, waaronder rapporten van psychologen en psychiaters, onvoldoende zijn meegewogen en vroeg om benoeming van een medisch deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangevoerde medische informatie niet als nieuwe feiten kan worden beschouwd omdat deze al eerder bekend had kunnen zijn of niet leidend is voor het klachtenpatroon. De Raad bevestigde dat het UWV het besluit zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd en dat het verzoek evident niet onredelijk was. Ook de informatie van Instituut Psychosofia werd als onvoldoende zwaarwegend beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om een WAO-uitkering vanaf 8 maart 2004 werd afgewezen en er werd geen schadevergoeding toegekend. De Raad vond geen grond voor het inschakelen van een deskundige en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening van het UWV-besluit wordt afgewezen.