ECLI:NL:CRVB:2018:3828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Maatwerkvoorziening gesloten buitenwagen geweigerd wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, bekend met diverse medische aandoeningen waaronder diabetes mellitus en ondervoeding, verzocht om een maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van een gesloten buitenwagen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af, omdat er geen medische noodzaak werd gezien voor een gesloten buitenwagen. Appellant maakte gebruik van het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) en scootmobiel, wat als voldoende werd beschouwd.
Appellant stelde beroep in tegen het besluit en overhandigde medische verklaringen van een internist-infectioloog en een psychiater, waarin onder meer werd gesteld dat ondervoeding leidt tot een verhoogd infectierisico en dat afkoeling een gezondheidsrisico vormt. Het college legde een nader medisch advies van het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB) voor, waarin werd geconcludeerd dat appellant zich redelijkerwijs op de gematigde weersomstandigheden kan kleden en dat gesloten buitenvervoer niet noodzakelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond de medische adviezen van het IAB objectief en zorgvuldig. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat de algemene informatie over ondervoeding onvoldoende is om af te wijken van het medisch advies van het IAB. Tevens was er geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een gesloten buitenwagen bevestigd.