Uitspraak
16.4026 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als sociaal dienstverlener, meldde zich ziek wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Na bezwaar en beroep werd de FML aangepast, maar bleef de conclusie dat appellante geschikt was voor bepaalde functies en minder dan 35% arbeidsongeschikt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de FML correct waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische beperkingen en een meningeoom onvoldoende waren meegenomen, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank.
De Raad concludeerde dat de medische informatie, waaronder een aanvullend rapport van de verzekeringsarts, geen aanleiding gaf tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid per 9 juni 2014. De door appellante aangevoerde klachten waren onvoldoende onderbouwd rond die datum. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt bevonden. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende functies.