ECLI:NL:CRVB:2018:3891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonsgebonden budget voor financiële en psychische begeleiding AWBZ 2014
Appellante had voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen voor zorg op grond van de AWBZ. Het zorgkantoor stelde dit pgb bij besluit van 18 april 2015 aanzienlijk lager vast en vorderde een deel terug, omdat de kosten voor begeleiding op het gebied van financiën en psychisch functioneren door Stichting [Stichting] niet als begeleiding in de zin van de AWBZ werden erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond, stellende dat de financiële activiteiten neerkwamen op het overnemen van administratie, wat volgens vaste rechtspraak geen begeleiding is. Ook de gesprekken gericht op psychisch functioneren werden niet als begeleiding aangemerkt, omdat deze meer het karakter van behandelactiviteiten hadden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de gesprekken functioneel waren voor het bevorderen van haar zelfredzaamheid en gericht waren op het accepteren van psychische hulp. De Raad vond echter geen steun voor deze stelling in de stukken en concludeerde dat de gesprekken vooral bestonden uit een luisterend oor en tips, zonder dat zij als begeleiding in de zin van artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ konden worden aangemerkt.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het zorgkantoor terecht het pgb had verlaagd en teruggevorderd. Er werd geen aanleiding gezien om appellante in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van het pgb voor 2014 bevestigd.