ECLI:NL:CRVB:2018:3906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig stadswacht, is sinds 2001 uitgevallen wegens vermoeidheidsklachten en claimt arbeidsongeschiktheid sinds 1996 door migraine en depressiviteit. Het UWV heeft in 2002 en 2007 geweigerd haar een WAO-uitkering toe te kennen, waarbij een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% werd vastgesteld. In 2013 vroeg appellante opnieuw een WAO-uitkering aan, met als eerste ziektedag 25 november 2004. Na herbeoordeling bleef de arbeidsongeschiktheid onder de 15%.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante tegen het besluit van 13 mei 2015 ongegrond verklaard, stellende dat de belastbaarheid volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst van 9 april 2015 juist is vastgesteld en dat appellante in staat is de geselecteerde functies te vervullen. Appellante voerde in hoger beroep aan volledig arbeidsongeschikt te zijn in 2004, maar dit werd door de Raad verworpen als een herhaling van eerdere gronden zonder nieuwe aanknopingspunten.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de weigering van de WAO-uitkering. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.