Uitspraak
17.1087 WAO
OVERWEGINGEN
.Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in een rapport van 19 juli 2016 berekend dat appellant 45 tot 55% arbeidsongeschikt blijft.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arm- en psychische klachten, laatstelijk vastgesteld op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid. Na een verzoek tot herziening in 2013 en medisch onderzoek door het Uwv en het Cleiss, werd het arbeidsongeschiktheidspercentage gehandhaafd.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van het Uwv wegens een motiveringsgebrek en onvoldoende zorgvuldige voorbereiding, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellant dat hij meer beperkingen heeft, waaronder door een gebroken pols in 2014, en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van het Uwv juist is en dat appellant onvoldoende onderbouwde medische tegenargumenten heeft aangevoerd. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt, zoals ook bevestigd door arbeidsdeskundige rapporten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.