ECLI:NL:CRVB:2018:3924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante had een Ziektewet-uitkering die werd ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt was voor bepaalde functies volgens de WAO-beoordeling van 2012. Na ziekmeldingen in 2015 en 2016 volgden medische onderzoeken door artsen en verzekeringsartsen die concludeerden dat appellante geschikt bleef voor de genoemde functies.
De rechtbanken oordeelden dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de medische situatie van appellante sinds 2012 niet was gewijzigd. De rechtbank verwierp de stellingen van appellante dat zij door lichamelijke en psychische klachten niet in staat zou zijn de functies te vervullen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad vond dat het UWV de beperkingen van appellante niet onjuist had ingeschat en dat de medische rapporten geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad concludeerde dat appellante geschikt was voor haar arbeid en daarom geen recht had op een Ziektewet-uitkering vanaf de genoemde data.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op Ziektewet-uitkering omdat zij geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies.