ECLI:NL:CRVB:2018:3962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm op AIO-aanvulling ondanks bezwaren appellanten
Appellanten ontvingen een AIO-aanvulling naast hun AOW-pensioen, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de bijstand met toepassing van de kostendelersnorm heeft verlaagd vanwege de inwonende meerderjarige dochter. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, wat in hoger beroep werd bekrachtigd.
Appellanten voerden meerdere gronden aan, waaronder vermeende discriminatie op grond van land van herkomst, onredelijkheid van de toepassing van de kostendelersnorm en het ontbreken van afstemming op hun persoonlijke omstandigheden. De Raad oordeelde dat het onderscheid in pensioenopbouw geen ongerechtvaardigde discriminatie vormt en dat de kostendelersnorm wettelijk is voorgeschreven voor de PW, waaronder de AIO-aanvulling valt.
Verder concludeerde de Raad dat appellanten geen zeer bijzondere omstandigheden hebben aangetoond die een afwijking van de kostendelersnorm rechtvaardigen. Het financiële overzicht van appellanten was onvoldoende onderbouwd en hield geen rekening met gedeelde vaste lasten of ontvangen toeslagen. De Raad wees op de mogelijkheid voor bijzondere bijstand via artikel 35 PW Pro voor specifieke kosten.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en verklaart het hoger beroep ongegrond.