ECLI:NL:CRVB:2018:3970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een uitkering. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit bevestigd na zorgvuldige beoordeling van de medische rapportages en zonder aanwijzingen voor onjuistheid of vooringenomenheid.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische klachten objectief zijn vastgesteld door een anesthesioloog en dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan haar bezwaren tegen de geschiktheid van de geselecteerde functies. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat deze argumenten een herhaling zijn van eerdere stellingen en onderschrijft het oordeel van de rechtbank.
De Raad stelt vast dat de medische beperkingen door de verzekeringsarts adequaat zijn beoordeeld, waarbij rekening is gehouden met de diagnoses en klachten. Er is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad bevestigt dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.