ECLI:NL:CRVB:2018:3985
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening inzake verzekeringsstatus Wet langdurige zorg per 1 februari 2014
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de rechtbank die het standpunt van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) bevestigde dat zij vanaf 1 februari 2014 niet verzekerd was voor de Wet langdurige zorg (Wlz) omdat zij uitsluitend buiten Nederland werkte.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op basis van het door verzoekster ingenomen en plausibel geachte standpunt en het bewijsaanbod niet kan worden uitgesloten dat de Nederlandse wetgeving wel van toepassing is vanaf 1 februari 2014. Definitieve duidelijkheid kan pas worden gegeven nadat verzoekster bewijsstukken heeft overgelegd en de Svb hierop heeft gereageerd.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verzoekster geacht wordt verzekerd te zijn ingevolge de Wlz vanaf 1 februari 2014 tot zes weken na de beslissing op het hoger beroep of intrekking daarvan. Tevens wordt de Svb veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, verzoekster geacht verzekerd per 1 februari 2014 tot beslissing hoger beroep.