ECLI:NL:CRVB:2018:3990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn in Ziektewet-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering per 6 februari 2010 te beëindigen. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn van twee weken. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, ondanks haar medische situatie en medicatie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de overschrijding verschoonbaar moest worden geacht en dat aansluiting gezocht moest worden bij de leer van redelijke toerekening. Tevens stelde zij dat zij in verminderde mate bekwaam was om tijdig bezwaar te maken, mede door haar ziekenhuisopname en ziektebeeld. Het UWV handhaafde het standpunt van niet-ontvankelijkheid en overhandigde een rapport van een verzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar was. De medische informatie en het dossier boden geen aanwijzingen dat appellante niet in staat was tijdig bezwaar te maken. De Raad vond geen grond om af te wijken van de eerdere uitspraak en verwierp de argumenten van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.