ECLI:NL:CRVB:2018:4023
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening AIO-aanvulling wegens ontbreken spoedeisend financieel belang
Verzoekster en haar zus ontvangen een onvolledig AOW-pensioen en hadden tot eind 2016 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok deze AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in, omdat zij oordeelde dat verzoekster en haar zus een gezamenlijke huishouding voeren. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en meerdere keren een nieuwe AIO-aanvulling aangevraagd, die telkens werd afgewezen omdat de leefsituatie niet anders werd aangetoond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van verzoekster tegen de afwijzingen ongegrond. Verzoekster stelde dat zij onvoldoende inkomen heeft om in haar primaire levensbehoeften te voorzien en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed en een actueel financieel belang.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster een onvolledig AOW-pensioen ontvangt maar geen concrete omstandigheden had gesteld die wijzen op een acuut financieel probleem zoals dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie. Hierdoor ontbrak het aan een spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen. De verzoeken werden daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend financieel belang.