ECLI:NL:CRVB:2018:4036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep individuele inkomenstoeslag op grond van Participatiewet
Appellant diende op 23 mei 2016 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvankelijk af, maar kende na bezwaar alsnog een toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de toeslag van €50,- onvoldoende gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het niet differentiëren naar leefvorm onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte voor de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het beroep tegen het besluit tot toekenning van een individuele inkomenstoeslag van €50,- zonder differentiatie naar leefvorm.