ECLI:NL:CRVB:2018:2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid arbeid en belastbaarheid bij tinnitusklachten in Ziektewetzaak
Appellant was werkzaam als technisch vertegenwoordiger toen hij zich in 2008 ziek meldde met spanningsklachten. Na een WIA-beoordeling in 2011 werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor zijn oude werk. In 2014 meldde appellant zich opnieuw ziek met oorsuizen en het UWV stelde vast dat hij per 24 september 2014 geen recht meer had op ziekengeld. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de functie van technisch vertegenwoordiger als maatgevende arbeid geldt en dat de medische beoordeling zorgvuldig was. De Raad onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat appellant de functie van accountmanager, die later werd ingevoerd, nooit daadwerkelijk heeft uitgevoerd. De arbeidsdeskundige had de belastende aspecten van de functie adequaat beschreven en er waren geen aanwijzingen dat deze onjuist waren.
De Raad stelt vast dat de artsen van het UWV een juist beeld hadden van de gezondheidssituatie van appellant en zijn belastbaarheid, ook rekening houdend met tinnitus en bijkomende klachten. De ingediende medische informatie van Libra en andere artsen gaf geen aanleiding tot twijfel. De Raad concludeert dat appellant terecht geschikt is geacht voor zijn werk als technisch vertegenwoordiger en wijst het hoger beroep en het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant is terecht geschikt geacht voor zijn maatgevende arbeid.