ECLI:NL:CRVB:2018:4043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag gedaan voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende een toeslag toe van €50,- op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de hoogte van de toeslag niet gemotiveerd was in relatie tot het armoedebeleid en dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig was, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm. De motivering van de hoogte van de toeslag in de verordening is voldoende. De Raad ziet geen reden om anders te oordelen dan in de eerdere zaken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een uniforme individuele inkomenstoeslag van €50,- zonder differentiatie naar leefvorm.