ECLI:NL:CRVB:2018:4046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag die aanvankelijk werd afgewezen, maar later na bezwaar werd toegekend door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de toeslag van € 50,- niet passend is binnen het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat er geen differentiatie wordt gemaakt naar leefvorm, waardoor bijvoorbeeld gezinnen met kinderen financieel benadeeld zouden worden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte voor de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en sluit aan bij het gemeentelijk armoedebeleid. De Raad ziet geen reden om van deze lijn af te wijken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.