ECLI:NL:CRVB:2018:4047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben op 8 april 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, welke aanvankelijk door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen. Na bezwaar kende het college op 6 maart 2017 alsnog de toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de toeslag van €50,- onvoldoende gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag per leefvorm kan de terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in de eerdere uitspraken en bevestigt daarom de aangevallen uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.