ECLI:NL:CRVB:2018:4048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante vroeg een individuele inkomenstoeslag aan bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende een toeslag van €50 toe, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Appellante voerde aan dat de toeslag niet in verhouding staat tot het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat er geen differentiatie is naar leefvorm, bijvoorbeeld tussen alleenstaanden en gezinnen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit. In hoger beroep stelde appellante dezelfde gronden aan de orde, maar de Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en ook geen differentiatie naar leefvorm vereist.
De Raad oordeelt dat de Verordening en de vastgestelde toeslag passen binnen de bedoeling van de wetgever en dat de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen de toetsing kan doorstaan. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.