ECLI:NL:CRVB:2018:4057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag die aanvankelijk werd afgewezen, maar later door het college alsnog werd toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. Zij voerden aan dat de toeslag bedoeld is om armoede te bestrijden en dat de hoogte van €50 onvoldoende gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid, en dat het onredelijk is dat voor alle leefvormen dezelfde toeslag geldt.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de toetsing doorstaan.
Het hoger beroep faalt derhalve en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het college om een uniforme individuele inkomenstoeslag toe te kennen zonder differentiatie naar leefvorm.