ECLI:NL:CRVB:2018:4062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam toegekend werd op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de hoogte van de toeslag van €50 onvoldoende gemotiveerd is ten opzichte van het armoedebeleid en dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan een terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.