ECLI:NL:CRVB:2018:4063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellanten in hoger beroep stelden dat de toeslag van €50 niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat de verordening onredelijk is omdat er geen differentiatie wordt gemaakt naar leefvorm, waardoor bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Raad oordeelt dat de verordening gemotiveerd is en dat de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen standhoudt onder de terughoudende toetsing van algemeen verbindende voorschriften.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.