ECLI:NL:CRVB:2018:4064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante vroeg een individuele inkomenstoeslag aan bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende een toeslag toe van €50,-, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de toeslag onvoldoende gemotiveerd was ten opzichte van het armoedebeleid en dat het onredelijk was dat alle leefvormen dezelfde toeslag ontvingen, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm voorschrijft. De Verordening was voldoende gemotiveerd en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kon een terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad concludeerde dat de gronden van appellante overeenkomen met eerdere afgewezen beroepsgronden en zag geen reden om anders te oordelen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.