ECLI:NL:CRVB:2018:4068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de hoogte van de toeslag van €50 niet gemotiveerd was in relatie tot het armoedebeleid en dat het onredelijk was om geen differentiatie aan te brengen naar leefvorm, omdat bijvoorbeeld gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan een terughoudende toetsing doorstaan. De beroepsgronden van appellante zijn vergelijkbaar met eerdere zaken waarin de Raad reeds een gemotiveerd oordeel heeft gegeven.
Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.