ECLI:NL:CRVB:2018:4070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende een toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2016, waarbij één toeslag geldt voor alle leefvormen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de hoogte van de toeslag van €50 niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid van de gemeente en dat het onredelijk is dat gehuwden met kinderen dezelfde toeslag ontvangen als alleenstaanden, waardoor de bestedingsruimte ongelijk is. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm.
De Raad concludeert dat de Verordening voldoende gemotiveerd is en dat de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen standhoudt onder de terughoudende toetsing van het algemeen verbindend voorschrift. De aangevoerde gronden komen overeen met eerdere zaken waarin de Raad reeds heeft geoordeeld dat deze niet tot een ander oordeel leiden.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.