ECLI:NL:CRVB:2018:4073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om hen een individuele inkomenstoeslag toe te kennen van €50,- zonder differentiatie naar leefvorm. Zij stelden dat deze toeslag onevenredig is, omdat gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de hoogte van de toeslag onvoldoende is gemotiveerd en dat er geen rekening is gehouden met de leefvorm.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat noch uit de wetsgeschiedenis van de Participatiewet, noch uit die van de langdurigheidstoeslag in de WWB blijkt dat de wetgever een minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch dat differentiatie naar leefvorm vereist is. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin deze punten uitvoerig zijn gemotiveerd en concludeerde dat de Verordening individuele inkomenstoeslag Rotterdam 2016 toelaat dat één toeslag geldt voor alle leefvormen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.