ECLI:NL:CRVB:2018:4075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen individuele inkomenstoeslag gemeente Rotterdam
Appellanten hebben op 9 april 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na aanvankelijke afwijzing werd bij besluit van 23 december 2016 alsnog een toeslag toegekend, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de hoogte van de toeslag van €50,- niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte voor de toeslag heeft beoogd en ook geen differentiatie naar leefvorm verplicht stelt. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag per leefvorm kan een terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.