ECLI:NL:CRVB:2018:4076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar een individuele inkomenstoeslag toe te kennen van €50,-, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Zij stelde dat de hoogte van de toeslag onvoldoende gemotiveerd is en dat het niet differentiëren naar leefvorm onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en voldoet aan de terughoudende toetsing van algemeen verbindende voorschriften.
De Raad concludeert dat de gronden van appellante overeenkomen met eerdere, reeds verworpen beroepsgronden en ziet geen reden om daarvan af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.